Tag Archives: spek

Tortilla Lorraine

Een soort kruising tussen Spaanse tortilla (aardappel, ui en ei) en quiche lorraine (spek en kaas). Erg lekker en erg voedzaam.

Nodig:

  • 1 grote aardappel (of 2 kleinere, natuurlijk), geschild of gewassen, en in kleine blokjes
  • een halve ui, gesnipperd of in halve ringen
  • een half pakje spekblokjes
  • 4 of 5 eieren (afhankelijk van de grootte)
  • geraspte kaas
  • zout
  • peper
  • knoflookpoeder of -vlokken

Verwarm wat (olijf)olie in een kleine koekenpan met een hoge rand, en bak daarin de spek kort aan. Voeg de ui toe, en bak ze samen nog even kort. Schep de aardappelblokjes erbij. Laat dit alles zachtjes bakken; regelmatig omscheppen.

Kluts de eieren met peper, zout en knoflook; schep er vervolgens de kaas doorheen.

Als de aardappelblokjes gaar zijn, draai je het vuur zo laag mogelijk. Giet er dan het eimengsel overheen, en schep het spul door elkaar, zodat het ei zich goed verdeelt. Leg een deksel op de pan.

Wanneer het ei helemaal gestold is, laat je de koek uit de pan op een bord (of op de deksel) glijden. Leg dan de koekenpan omgekeerd op het bord, en draai het spul in 1 beweging om, zodat de omelet omgekeerd in de pan ligt. Zet de pan nog even terug op het lage vuur, zodat ook de andere kant een korstje krijgt.

Dit gerecht combineert verrassend goed met goedkope tafelwijn.

Mocht je het niet allemaal in 1 keer op kunnen (en die kans is zeker aanwezig): tortilla is koud ook lekker.

Let op:
Dit recept heeft tijd nodig: aardappels van rauw naar gaar bakken zonder de buitenkant te verbranden kost tijd, en eieren laten stollen op laag vuur ook.

Smakelijk!

Geen cassoulet

Bijna op de kop af een jaar geleden (maar voor mijn gevoel een heel mensenleven geleden) maakte ik cassoulet op het kooksetje dat ik mee zou nemen op mijn pelgrimage. Ik schreef toen dat ik hoopte in het zuiden van Frankrijk een keer de echte te proeven.

Momenteel zit ik relatief dicht bij de cassoulet-streek (hemelsbreed zo’n 150-200 km van Castelnaudary, waar volgens de legende de cassoulet ontstaan is), maar er is geen restaurant-budget. En ook toen ik hier langs kwam pelgrimeren, zat een restaurant er niet in. Het dichtste dat ik bij cassoulet kom, zijn dus de blikken kant-en-klaar waarvan er hier altijd wel een paar op de plank staan. En die zijn niet geweldig.
Maar met een beetje fantasie kun je daar best nog iets acceptabels van maken.

Nodig:

  • een blik cassoulet
  • ½-1 pakje spekblokjes (lardons fumés)
  • 2-3 ongeschilde, gewassen aardappels (de hoeveelheid is uiteraard erg afhankelijk van de grootte van de aardappels, en het aantal zwervers met wie je de maaltijd moet delen)
  • een halve ui (een hele mag ook)
  • een groentebouillonblokje
  • vers gemalen zwarte peper
  • eventueel wat geraspte kaas

Zet een koekenpannetje op halfhoog vuur (of moet dat zijn ‘halflaag’?), en schep de spek erin. Snijd de aardappels in blokjes, en schep die erbij. Snipper de ui en schep die er ook bij. Verkruimel het bouillonblokje boven de pan, en voeg naar smaak peper toe. Draai het vuur laag, leg een deksel op de pan, en schep het spul af en toe om tot de aardappelblokjes gaar zijn.

Leeg het blik cassoulet in een pan. Als je de beschikking hebt over een tweede pit of een gaskachel, kun je de cassoulet alvast zachtjes op temperatuur laten komen.

Als de aardappelblokjes gaar zijn, schep je de inhoud van de koekenpan bij de cassoulet. Laat het geheel nog minstens een kwartier heel zachtjes pruttelen.
Eventueel kun je er een paar minuten voor je het serveert nog wat geraspte kaas doorheen scheppen.

Smakelijk!

Budget-pasta

’t Is crisis. En bovendien heb ik het momenteel veel te druk om uitgebreid te koken.

Nodig:

  • macaroni
  • 250 gram gehakt
  • 100 gram spekblokjes
  • italiaanse kruiden
  • knoflookpoeder
  • 4-seizoenenpeper
  • ½ zak diepvriesgroenten ‘Italiaans’
  • 2 blikjes tomatenblokjes

Doe de gehakt en de spek in een hapjespan, en bak deze al roerend tot de gehakt rul is. Je hebt geen olie nodig; gehakt en spek zijn vet genoeg.

Roer er flink wat van de kruiden door.

Voeg de groenten toe, en bak deze al roerend mee tot ze ontdooid zijn.

Kieper de tomaat erbij, roer het spul door elkaar, doe een deksel op de pan, en laat zachtjes pruttelen. Af en toe roeren.

Kook ondertussen de macaroni volgens de gebruiksaanwijzing.

Als de macaroni klaar is, schep je nog een handje italiaanse kruiden door de saus, en kan het geserveerd worden. Eventueel met wat geraspte kaas erover.

Voor mij is dit genoeg voor 2 dagen.

Smakelijk!

Roerbakspruitjes

Lekkerder dan die kleffe troep waar kinderen zich altijd (terecht) tegen verzetten.
En lekker snel klaar.

Nodig:

  • spruitjes
  • krieltjes
  • (runder)saucijsjes
  • dobbelsteentjesspek
  • provençaalse kruiden
  • (4-seizoenen)peper
  • (zee)zout
  • pijnboompitten

Doe wat (olijf)olie in een wok of hapjespan en bak daarin de krieltjes rondom bruin. Dan zout, peper en provençaalse kruiden erover, deksel op de pan en vuur laag.

Kook of stoom de spruitjes halfgaar. Snijd ze daarna door als ze erg groot zijn.

Snijd de saucijsjes met een scherp mes in plakjes, en bak deze samen met de spek in een koekenpan.

Schep de krieltjes, het vlees, de spruitjes en een handje pijnboompitten door elkaar, en bak dit nog even, onder voortdurend roeren/schudden, zonder deksel, op hoog vuur tot alles gaar is.

Tip:
Kook een gepelde ui mee met de spruitjes, dan liggen die minder zwaar op de maag. Gooi de ui na het koken weg.

Smakelijk!

Stoofkonijn

Je kunt zomaar ineens genoeg hebben van de dingen die bij de supermarkt liggen…

Nodig:

  • konijnebout
  • witte wijn
  • dobbelsteentjesspek
  • soepgroenten
  • een paar teentjes knoflook, schoongemaakt en geperst of geraspt
  • provençaalse kruiden
  • zout
  • (zwarte) peper
  • tomaten, in stukjes
  • champignons, schoongemaakt en in plakjes

Bestrooi het konijn aan beide kanten met zout en peper.

Verwarm een beetje (room)boter en/of (olijf)olie in een pan met dikke bodem, en bak hierin de spek. Schep de spek, als die gaar is, met een schuimspaan uit de pan, en zet opzij.

Roer knoflook en provençaalse kruiden door het vet, en bak hierin de konijnebout(en) aan beide kanten bruin. Haal het konijn dan uit de pan, en zet ook opzij.

Schep de soepgroenten in de pan, en bak deze kort. Voeg vervolgens de spek toe, roer het door elkaar, en leg het konijn erop. Giet er dan een flinke hoeveelheid wijn bij, draai het vuur laag, doe het deksel op de pan, en laat een uurtje zachtjes pruttelen; draai het konijn af en toe om.

Bak ondertussen de champignons in een beetje (olijf)olie, voeg de tomaat toe, en bak dit met elkaar nog even door tot het ergste vocht eruit is. Haal het konijn uit de pan en houd dit warm in de oven. Roer de champignons en tomaten door de saus, en laat nog even pruttelen zonder deksel.

Leg het konijn op een warm bord, en schep de saus/groente erover.
Serveer met aardappelpuree.

Smakelijk!

Bigos

Bigos is Pools en wordt in het Engels Hunter’s stew genoemd, de stoofschotel van de jagers. Ook dit is weer zo’n gerecht waarvoor geen vast recept bestaat: het werd gemaakt van de houdbare zaken die de jagers bij zich hadden, het vlees dat ze schoten, en de planten en paddestoelen die ze vonden in het bos.

Overeenkomsten tussen de verschillende recepten zijn in ieder geval de zuurkool, en dat er meerdere soorten vlees gebruikt worden. Mijn variant is gemaakt van ingrediënten die je kunt krijgen bij een Nederlandse supermarkt. (Eén van de gebruikte vleessoorten is eigenlijk altijd kielbasa, een Poolse worst, maar die heb ik moeten vervangen door cervelaat, omdat de Wateringse C1000 nog niet in de gaten heeft dat een kwart van de inwoners van het Westland inmiddels uit Oost-Europa komt…)

Uiteraard zijn onderstaande hoeveelheden slechts een indicatie.

Nodig:

  • 500 gram zuurkool
  • 250 gram varkenslappen, in blokjes
  • een pakje spekblokjes
  • 100 gram cervelaat of salami, in stukjes of plakjes
  • 200 gram champignons, schoongemaakt en in plakjes
  • 2 laurierblaadjes
  • 1 ui, gesnipperd of in halve ringen
  • 1 blikje tomatenpuree
  • 2 teentjes knoflook, geraspt of geperst
  • een klein handje kummel (karwijzaad)
  • een paar jeneverbessen, gekneusd
  • 1 à 2 theelepels paprikapoeder
  • een eetlepel marjolein
  • een fles witte wijn
  • zout
  • zwarte peper

Doe de zuurkool in een vergiet, pluk het uit elkaar (met 2 vorken of met je vingers), en spoel het goed af onder de kraan. Laat uitlekken.

Kruid de stukjes varkenslap met zout en peper.
Verwarm wat olie en/of boter in een braadpan, en schroei daarin de stukjes varkensvlees rondom dicht. Doe dan de spek, worst en ui erbij, en bak dit nog even mee tot de ui glazig en zacht wordt.

Voeg paprikapoeder, marjolein, knoflook, laurierblaadjes, jeneverbessen, kummel, tomatenpuree, champignons en zuurkool toe, en schep alles goed door elkaar. Giet tot slot de wijn erbij, en vul aan met water tot alles ‘onder’ staat.

Deksel op de pan, even warm laten worden, vuur laag, en een paar uur laten pruttelen. Veel recepten zijn het erover eens dat je dit eigenlijk in een dag of 3 moet klaarmaken, waarbij je het elke dag een uurtje laat pruttelen en weer afkoelen; ik gok dat de jagers die dit recept verzonnen gewoon een ketel klaarmaakten die groot genoeg was om meerdere dagen van te eten.
Laat tot slot nog een tijdje pruttelen zonder deksel zodat het vocht kan verdampen; regelmatig roeren, anders bakt het vast aan de bodem van de pan.

Voor je het gerecht op tafel zet even de laurierblaadjes eruit vissen.

Je eet dit bij voorkeur met zwaar bruin brood (bijvoorbeeld desembrood), en uiteraard koop je dat dan ongesneden, zodat je er als een echte stoere jager hompen vanaf kunt scheuren. Maar met aardappels mag ook, en ik heb zelfs een recept gezien waarbij er rijst meegekookt werd in de pan.

Tip:
Je hebt hiervoor een grotere braadpan nodig dan je op het eerste oog zou verwachten.
Bovenstaande is genoeg voor 4 volwassenen.

Smakelijk!