Variëren met mie

Eigenlijk is bami natuurlijk niets anders dan een eenpansgerecht van mie, vlees en groenten, met wat kruiden en specerijen.

Dus, nodig:

  • mie
  • vlees
  • groenten
  • zout
  • (zwarte) peper
  • knoflook
  • vijfkruidenpoeder (toko en sommige supermarkten)
  • gembersiroop
  • ketjap
  • olie (arachide-, zonnebloem-, of iets anders)

Verhoudingen, ongeveer: ⅖ mie, ⅖ groente, ⅕ vlees. Maar hier kun je natuurlijk mee variëren al naar gelang smaak en budget.

Je kunt kiezen voor de ‘standaard’-mie van tarwe, maar ook voor eiermie. Eventueel kun je ook spaghetti gebruiken (wordt ook van tarwe gemaakt, maar is iets dikker dan Chinese mie en dunner dan Indonesische mie).
Wat betreft vlees kun je bijvoorbeeld varkenslappen nemen, maar ook kipfilet. Voor wat extra pit kun je spekblokjes toevoegen.
Voor de groente zou ik kiezen voor een pakket oosterse, Chinese of Thaise roerbakgroente, vers of uit de diepvries.

Kook de mie beetgaar, eventueel met een beetje zout of een bouillonblokje. Hevel het dan over in een vergiet, spoel af met koud water, en meng er een beetje olie door. Zet apart.

Bak het vlees gaar in een wok. Als je spek gebruikt, bak dat dan eerst zonder olie, en voeg dan pas olie en de rest van het vlees toe.

Voeg knoflook naar smaak toe, en laat dit een minuutje meebakken. Strooi vervolgens vijfkruidenpoeder over het vlees (grofweg een theelepel per pond vlees), en roerbak kort. Dan een scheut gembersiroop en een flinke scheut ketjap en even roeren.

Roerbak nu een paar minuten de groente mee. Gebruik je diepvriesgroente, roerbak dan een paar minuten extra.

Schep tot slot de mie erdoor, en warm het hele spul nog even goed door.

Smakelijk!

Dit bericht is geplaatst in Aan de kook met de tags , , , . Bookmark de permalink.